Wildebeest » Dier
De wildebeest (Connochaetus Gnou) is een soort kruising tussen een paard en een koe. Deze eerder eigenaardige antilope is ongeveer zo groot als een ezel. Hij heeft de korte vacht en slanke poten van een hert, een buffelkop met lange baard, een bultrug en de manen en staart van een paard. Zowel de wijfjes als de mannetjes hebben hoorns.
De wildebeest heeft zich het best van alle graseters aangepast aan de ecologische omstandigheden en komt veel voor op de meeste Afrikaanse graslanden. Met zijn lange rij snijtanden kan de wildebeest meer gras in zijn mond steken dan welke andere grazer ook.
De kalveren kunnen na enkele minuten na de geboorte al rechtstaan. Amper 2 dagen later kunnen ze praktisch niet meer gevangen worden door roofdieren. De wildebeest is soms beter bekend als de gnoe. Dit hottentots klanknabootsend woord verwijst naar het metaalachtige geluid dat het dier maakt. Het is een soort luid, kort gesnuif en ze communiceren door een luid ‘kwang’-geluid via de neus te produceren.
Schouderhoogte: 1,07-1,17 m
Gewicht: 113-159 kg
Dracht: 224 tot 240 dagen
Beide geslachten hebben hoorns. De mannetjes zijn zeer territoriale dieren en bakenen specifieke gebieden af.