ENG | NL | ||||||||||||
Python » DierDe python molurus is één van ’s werelds grootste slangen, met lengtes tot 9,15 meter. Hij behoort tot de Boiidae (subfamilie Pythoninae). Hij leeft verspreid over Azië en Pakistan tot Indonesië en Zuid-China. Er zijn twee te onderscheiden soorten:
De Burmese python komt vaak voor in wouden dicht bij water, moerassen en graslanden. De slang kan zich gemakkelijk voortbewegen in bomen, op de grond en in het water. Het is een nachtelijke jager. Hij heeft speciale hittesensoren om prooien op te sporen. Zoals vele soorten doodt de python door beklemming en verstikking. Hij kronkeld zich rond de prooi en snoert zich aan telkens de prooi uitademt. Hij verbrijzelt zijn prooi echter niet. Tot zijn prooien rekent hij een brede waaier van soorten gaande van kleinere zoogdieren tot herten en zelfs luipaarden. De python m. bivittatus is een slang met een zeer grote muil, dankzij zijn uiterst flexibele schedel. De boven– en onderkaak, alsook de beenderen van het verhemelte hangen vast aan de hersenpan en de bovenkant van de schedel (frontale en pariëtale hersenkwab). Door deze aanpassingen kan de python een prooi verorberen die 4 à 5 keer zo breed is als zijn eigen kop. De kaken en de delen van het verhemelte kunnen zich onafhankelijk rond het midden bewegen. Elk deel bevat een reeks vlijmscherpe tanden, die achteraan gebogen zijn. Deze worden gebruikt om de prooi in de mond te trekken, gebruik makend van een ratelmechanisme dat afgewisseld wordt tussen de twee zijkanten van de schedel. | ||||||||||||
| | | ||||||||||||