Printervriendelijke versie  Meerdere pagina's afdrukken

Bizon » Dier

De bizonsoort is Noord-Amerika’s grootste landdier en domineerde het Noordamerikaanse continent vanaf de laatste ijstijd tot de periode dat de Europeanen dit continent ontdekten.  We denken dat de eerste bizon en mens de brug die Azië met Noord-Amerika verbindt, reeds een 10.000 jaar terug volgden. De sabeltandtijger en de wollige mamoet konden zich niet goed aanpassen aan het opwarmende klimaat maar voor de bizon waren de grasvelden net goed. 

De inboorlingen die migreerden via dezelfde brug vonden de grote aanwezigheid van bizons een heel goede reden om aan deze kant van de brug te blijven.  Deze dieren zouden hen voorzien van voedsel, onderdak, gereedschappen en brandstof voor duizenden jaren.  Destijds dachten de inboorlingen dat de bizon een speciaal geschenk was van de Heilige Geest.  

Natuurbeschermers uit Canada en de Verenigde Staten voorkwamen dat een soort volledig uitstierf.  Sommige kuddes vond men in nationale parken en enkele fokkers hadden hun eigen kleinere kudde. Langzamerhand begon de populatie te stabiliseren en groeide traag. 

In de jaren 80 hadden sommige fokkers, die enkel de lokale markten bevoorraadden, reeds genoeg producten om ook buitenlandse markten aan te boren.  Begin de jaren 90 merkten de fokkers en boeren dat het bizonvlees in trek kwam en zo ontstond er een nieuwe vee-industrie.  Er was een belangrijke groei van het aantal bizons.  In de jaren 2000 zouden er ongeveer 375.000 bizons zijn op boerderijen en fokkerijen in Noord-Amerika.  In Canada ongeveer 100.000.